Geurkaarsen

Een kaars aansteken is zo’n klein gebaar, en toch voelt de kamer daarna anders aan. Zachter licht, een geur die zich langzaam door de ruimte verspreidt, en het gevoel dat de dag een andere kant op gaat.

De eerste keer bepaalt de rest

Laat een nieuwe kaars de eerste keer branden tot de bovenste laag was helemaal vloeibaar is en tot aan de rand van het glas komt. Dat duurt meestal een uur of twee. Doe je dat niet, dan onthoudt de was die eerste vorm en brandt de kaars daarna als een smalle koker naar beneden, met een rand was die je nooit meer gebruikt.

Knip de lont voor je hem aansteekt

Knip de lont elke keer voor het aansteken terug tot ongeveer een halve centimeter. Een lange lont geeft een grote, onrustige vlam die roet maakt en de was veel sneller opstookt. Met een korte lont krijg je een rustig vlammetje, brandt de was gelijkmatig af en houd je het glas schoon.

Hoe lang hij meegaat en waar je hem neerzet

Deze kaarsen branden bij elkaar ongeveer vijfenveertig uur, dus wanneer je hem per keer twee of drie uur laat branden heb je er maandenlang plezier van. Zet hem op een stevige ondergrond, uit de tocht en niet vlak bij een open raam, want een vlam die heen en weer wordt geblazen gaat roeten. Bewaar hem ook niet op een warme plek, want warmte laat de geur uit de was verdampen terwijl hij niet eens brandt. En laat een brandende kaars nooit alleen achter in een kamer.

Toont alle 9 resultatenGesorteerd op populariteit

0
    0
    Winkelwagen
    Je winkelwagen is nog leegTerug naar de webshop